Terug

09/10/2015

OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Een aantal jaren geleden ging ik samen met mijn schoonzusje een weekje Halloweenfun snuiven in Oktober in Madison, het stadje net onder New York waar we jaren gewoond hebben. De heenreis was een giller:

Op Schiphol sta ik ongeduldig op schoonzus te wachten die buiten aan haar voorlopig laatste sigaretje staat te lurken. Schiet op. Kan niet wachten terug naar Madison te gaan, als het moest zou ik zelfs bereid zijn het vliegtuig richting startbaan te duwen, om er vooral maar zeker van te zijn dat we zonder vertraging kunnen vertrekken.
We komen zonder problemen door de security check en lopen naar de instapbalie.
Ik diep mijn geprinte boarding pass uit mijn tas en geef het aan de stewardess. Ze kijkt er fronsend naar. Tja, ze heeft gelijk, het is een kreukelig vod. Het is nogal een dolle boel in mijn tas met drie soorten opladers en allerlei spullen die ik eventueel nodig kan hebben in het vliegtuig.
“U krijgt een nieuwe boarding pass,” zegt ze vriendelijk.
Ik kijk haar beledigd aan. Ik kan de kreukels er wel even uitstrijken, hoor.
“U krijgt een upgrade,” gaat ze verder en geeft me mijn pas.
Met een schuin oog zie ik dat ik op rij vier zit. Hè? Dat is Business Class. Ik zeg niets en pak met een languissant gebaar mijn instapkaart aan. Zonder haar nog een blik waardig te gunnen ga ik in de looppas naar de lopende band, mocht ze van gedachte veranderen.
Als ik mijn schoenen uit wil doen om te laten zien dat ik geen bommen in mijn hak heb, word ik hartelijk gewenkt door het volgende uniform. Hoeft niet, gebaart hij, loopt U maar door. Verbaasd loop ik door het poortje. Staat er ‘be nice to this woman’ op mijn voorhoofd?
Op Newark moeten we met de shuttle naar de autoverhuur. We staan onhandig te schutteren met de zware koffers tot een airport assistant ons te hulp schiet. Staan die letters soms nog op mijn voorhoofd? Hij zet de koffers op een kar en rijdt ze behulpzaam de lift in. Ik ben helemaal gegroeid in mijn nieuwe rol als business class reizigster en druk blasé wat dollars in zijn hand.
Bij de Car Rental gaat het feest door. De man achter de balie buigt zich vertrouwelijk naar me toe. Of ik een upgrade wil. Houden we dat? Wat mankeert iedereen vandaag? Ik weiger de upgrade, maar hij blijft zo dooremmeren over de prachtige auto die hij toevallig heeft staan, dat ik nieuwsgierig word. Als ik informeer naar het merk komt hij half overeind om mij het fantastische nieuws te vertellen.
“Een Jaguar,” fluistert hij en gaat triomfantelijk weer achterover leunen.
Ik sta paf. Nou, niet echt, want thuis heb ik ook een Jaguar.
“Doe maar,” wuif ik met een royaal gebaar, we zijn nu toch in stijl aan het reizen.
Ik weet natuurlijk blindelings hoe de auto werkt en zo scheur ik in 23 minuten van Newark naar Madison. Schoonzus ziet een beetje pips om de neus na mijn dollemansrit en moet hoognodig een sigaretje om een beetje bij te komen.
Terwijl zij staat te roken kijk ik genietend om me heen. Hè, hè, eindelijk weer in Madison.

Het is weer Oktober. Indian summer en Halloween. Morgen ga ik weer eens terug, dit keer met Paul.
Kom maar op maar al die upgrades, wij zijn er klaar voor.