Pootje Over

`Volgende week pootje over,´ zegt de instructeur.
Geen idee waarom ik besloot schaatsles te nemen, ik schaats al mijn hele leven.
Ik heb er twaalf lessen over gedaan om weer onbevangen te schaatsen. Knettergek werd ik van alle aanwijzingen: zak door je knieën alsof je op de wc zit, gooi je heupen naar links en rechts, je gewicht op je hakken en vooral zijwaarts afzetten en schouders recht houden en je rug bol ….. als een Chinees vraagteken ging ik over het ijs.
´Volgende week pootje over.´
Moet dat?
Pootje over leer je aan de hand van een partner. Letterlijk. De arme jongen die toevallig naast me staat als er duo´s gevormd worden kijkt me vrolijk aan. Heeft duidelijk geen notie wie hij letterlijk aan de haak geslagen heeft.
Ik moet als eerste pootje-overen. We schaatsen hand in hand weg, ik als slachtoffer in de binnenbocht, hij als tegenwicht in de buitenbocht. Ik struikel de bocht in en weer uit. Mijn hersens snappen niet dat ik mijn linker schaats naar rechts moet sturen, terwijl ik mijn rechterschaats over mijn linker til. En schouders naar rechts. Hoezo naar rechts? Zo vlieg ik toch de bocht uit?
Mijn partner heeft de grootste moeite me overeind te houden en kijkt me meewarig aan.
De volgende bocht mag hij. Hij gaat erin met een snelheid waar Sven nog een puntje aan kan zuigen. Hand in hand denderen we de bocht door.
De trainer bekijkt het allemaal en heeft een beter idee. De binnenbaan. Daar kunnen we lekker kleine rondjes schaatsen.
Op de binnenbaan kijk ik om me heen. Beetje druk met kleine kinderen achter plastic pinguïns en frivole meisjes die met hoge snelheid achteruit schaatsen of ergens in de lucht hangen tijdens duizelingwekkende pirouettes.
Sven grijpt mijn hand en gaat zich weer uitsloven. Hij schaatst heel hard in hele kleine cirkels, ik word aan zijn hand rondgesleurd. Ik knijp in zijn vingers, bang als ik ben door de middelpuntvliedende kracht in een baan om de aarde terecht te komen als ik hem loslaat. Vanuit mijn ooghoeken zie ik kleuters, pinguïns en dansende grietjes voorbij schieten. En dan laat ik toch los en word gelanceerd. Hoera voor de stootkussens.
Sven komt weer naar me toe.
`Nu jij´, zegt hij vol goeie moed.
Ik geef hem een hand, til mijn rechterschaats over mijn linker en sta dan met gekruiste benen. We komen niet van onze plek.