Oor

27/11/2015

kwast

De hele zondag loop ik me te verheugen op het concert van Charles Aznavour waar ik die avond heen zal gaan.
Ik heb echter een klein probleempje. Ik heb pijn in mijn rechteroor. Niet een doorlopende pijn, maar om de zoveel minuten zit ik even gillend tegen het plafond. Niet handig als je ’s avonds naar een concert gaat, je wilt niet de helft van ieder chanson missen omdat je met je handen over je oren zit.
Tja, het concert ging helaas niet door, omdat Aznavour ziek was. De oorpijn bleef.
De volgende dag dus met mijn oor naar de huisarts. Wat een rare zin, ik kan moeilijk zonder mijn oren naar de dokter.
Maar goed. De huisarts kijkt in mijn oor, bestudeert me dan en zegt:
“Je bent toch blond.”
Uhh, ja mijn hele leven al.
“Er zit een hele dikke zwarte haar in je oor.”
Hij zegt het op een beschuldigende toon alsof ik heb liggen rollebollen met een Chinees.
“Ik begrijp wel dat dat pijn doet, steeds als die haar in je trommelvlies prikt.”
Hoe gaan we de haar eruit krijgen?
Dat valt nog niet mee. Hij trekt aan de bovenkant van mijn oor. Au. Steekt een instrumentje in mijn oor. Au. Of ik mijn hoofd wat verder kan draaien. Eigenlijk komt hij een hand tekort, of ik zelf even het lampje kan vasthouden.
Ik zit half voorovergebogen met mijn nek als een wokkel gedraaid en mijn arm gevlochten door de armen van de dokter, terwijl hij begint te wroeten in mijn oor.
Het lukt niet meteen en net als wil roepen dat ik even rechtop wil zitten, zegt hij: “Hebbes.”
Triomfantelijk laat hij mij de stugge zwarte haar zien.
“Ooooh, ik weet wat dat is,” zeg ik, “mijn blusherkwast verhaart.”
Hoe komt in godsnaam een haar van mijn make-up kwast in mijn oor? Misschien wat minder wild zwaaien met dat ding voor de spiegel.
Thuis ga ik Paul bellen om het oorverhaal te vertellen.
“Wat zit je toch steeds te kuchen,” vraagt hij.
“Er zit een kriebeltje rechtsachterin mijn keel,” antwoord ik.
“Nog een haartje van die Chinees?” vraagt hij.