Fietsen

30/10/2015

fietsen4 fietsen1 fietsen2

Een schilderachtig hotel in Simsbury, Connecticut. We checken in.
Op het moment dat ik met een schuin oog naar de schommelstoelen op de zonovergoten porch kijk en aan het boek in mijn koffer denk, zegt de eigenaresse: “We have mountain bikes, for free. And beautiful bike trails.”
Nu zei deze dame wel meer rare dingen. Ze verwelkomde ons met de Nederlandse zin: “Godverdomme, ik moet piesen.”
Had ze geleerd van een Nederlands buurmeisje.
Ik open mijn mond om beleefd te weigeren, maar Paul roept meteen dat hij het een excellent idea vindt. Voordat ik het weet ligt mijn koffer met boek op mijn hotelkamer en sta ik met een fietshelm onder mijn arm somber te kijken hoe Paul de twee fietsen van het slot haalt.
Waarom heeft hij een sportbroekje aan, wat is hij van plan?
Als ik de mountain bike nog sta te bestuderen, is hij al om de hoek verdwenen.
De fiets heeft een stang. Ik slinger mijn been over het zadel en maak vaart om meteen onderaan de heuvel een noodsprong te maken als het paadje een drukke verkeersweg kruist.
Paul staat al aan de overkant ongeduldig te wenken.
“Ik kan niet fietsen met een stang,” klaag ik.
“Je fietst toch.”
“Ik kan niet stoppen met een stang,” verbeter ik mezelf.
“Je hoeft helemaal niet te stoppen, kijk daar is het begin van de trail,”en hij wuift in één handgebaar naar het pad en het bordje waarop staat: Massachusetts, 12 miles.
“We fietsen even naar Massachusetts.”
Daar was ik al bang voor. Paul spuit weg, terwijl ik me afvraag waarom ik in godsnaam op een mountain bike zit met een stang tussen mijn benen en een helm op mijn hoofd. Een helm!
Ik fiets voornamelijk in mijn eentje in de goudrode bossen, Paul is slechts een ver blauw vlekje aan de einder.
Gaat hij nu echt helemaal naar Massachusetts? Aan zijn tempo van fietsen te zien wel, godzijdank liggen de paspoorten in het hotel, want ik zie hem ervoor aan meteen even door te stomen naar Canada.
Als ik moe word stop ik bij een bord en ga zogenaamd geïnteresseerd staan lezen. Dat had ik beter niet kunnen doen.
Mijn mond valt open. Beren? Hier?
Mijn ogen glijden over de do’s en don’ts.
Vooral niet in een boom klimmen, dat kunnen zij beter. En veel kabaal maken om de beer te laten weten dat je er bent, niets zo gevaarlijk als een beer die schrikt.
Ik klim weer op de fiets en zet de achtervolging in. Als ik dichterbij kom zie ik dat Paul afgestapt is en wild met zijn armen staat te zwaaien. Ik kijk behoedzaam om me heen. Beer?
Nee. Hij wijst triomfantelijk naar de grond: Connecticut/Massachusetts staat er.
Geen beer.