Het huishouden

27/06/2014

Waarom is het zo moeilijk je eigen klerezooi op te ruimen????

Het huishouden

Ons huis is groot. Erg groot. Drie etages, negen kamers, twee badkamers, een keuken, een bijkeuken en een uitpuilende zolder. En dat moet allemaal schoongemaakt en opgeruimd worden. Door mij, want mijn drie huisgenoten doen dat namelijk niet. Paul werkt zich al een slag in de rondte buitenshuis en de jongens….. uhh, wat doen zij eigenlijk? Chillen volgens mij, hoewel ze dat zelf studeren noemen.
Vaak heb ik geen tijd voor dat gepoets. En al zeker geen zin. Kom op zeg, ik heb betere dingen te doen in het leven.
Om te voorkomen dat de dag begint met een ontplofte keuken ruim ik iedere avond na het eten braaf op en werp dan voordat ik naar bed ga een laatste tevreden blik op het aanrecht. Leeg!
Het aanrecht de volgende morgen. Vol!
Alexander jaagt er ’s nachts in korte tijd drie maaltijden door. Een andere reden kan ik niet bedenken als ik ’s morgens moedeloos naar de berg afwas staar. Wat maakt hij allemaal klaar? Pasta met veel knoflook, zo te ruiken. En gebakken eitjes. Een kopje thee, gezien het druipende zakje op het aanrecht. Tosti? Ja, er liggen kaaskorsten. En nog een nat theezakje.
Terwijl ik de aangekoekte knoflookpers begin uit te bikken vraag ik me af waarom hij ’s nachts niet alles in de vaatwasser zet. Zoals ik me ook altijd afvraag waarom zijn wasgoed niet in de wasmand boven ligt.
Na een half uur is de keuken weer opgeruimd en loop ik gebukt door het huis en verzamel vieze kleren. In de ene badkamer, in de andere badkamer, in alle slaapkamers, overal ligt wat. Met armen vol wasgoed hijg ik de trap op naar zolder. Dan weer vier trappen naar beneden om alles wat ik onderweg heb laten vallen op te rapen.
Als de wasmachine eindelijk draait loop ik de vier trappen weer af op weg naar een kopje koffie en mijn computer. Waar zijn de kopjes? Bij Steven op zijn bureau. Vijf keer moet ik op en neer lopen om de enorme hoeveelheid glazen, bekers en borden uit zijn kamer te halen.
“Wat zou je je ervan zeggen als je zelf eens de glazen naar beneden brengt,” bijt ik hem toe.
Hij kijkt verbaasd om zich heen. Glazen? Nee, dat was hem nog niet opgevallen.
Tussen de vierde en vijfde keer ga ik bijna op mijn muil, als blijkt dat Alexander een nieuwe hoop wasgoed onderaan de trap neergeflikkerd heeft.
“Weet je dat er moeders bestaan die alleen wassen wat ze in de wasmand vinden,” snauw ik naar Alexander.
Hij kijkt me glazig aan. Ik doe er nog een schepje bovenop.
“Weet je dat er moeders zijn die weigeren om sokken te wassen die nog in een knoedeltje zitten.”
Weer een onintelligente blik.
“Wat is een knoedeltje?” vraagt hij.
Ik haal gelaten mijn schouders op. Laat maar. Het is natuurlijk mijn eigen schuld. Had ik maar niet hun hele leven met stoffer en blik achter hen aan moeten lopen.
Ik beklaag de vrouwen die zij later zullen trouwen, want dit onderdeel van mijn opvoeding is natuurlijk hopeloos mislukt.

3 gedachtes over “Het huishouden

  1. Heel herkenbaar. Een denkfoutje… je hoeft geen medelijden te hebben met de meiden waar ze tegen aan lopen, want die zijn zo mogelijk nog erger …weten wij uit ervaring.

  2. Tja, knoedeltjes sokken leg ik altijd weer terug op bed. Eerst uit elkaar halen, eerder was ik ze niet. Was die niet in de wasmand is gedaan was ik ook niet. Misschien streng, maar het werkt wel. Ik ga toch echt geen was verzamelen die door het hele huis zwerft Misschien andere regels hanteren in het huishouden?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s