Eerste les

04/09/2015

buienradar

Afgelopen maandag mijn eerste les op de Schrijversvakschool.
Ik moet om zeven uur op de Herengracht in Amsterdam zijn en reken uit hoe laat ik de trein moeten nemen om op tijd te zijn.
Na een blik op de buienradar besluit ik een trein eerder te nemen. Op het moment dat ik de deur uitstap breekt de hel los, alsof iemand daarboven niet wil dat ik ga studeren.
In een wolkbreuk plons ik richting station.
Het onweer zit recht boven me. Voorovergebogen worstel ik me door het noodweer en denk aan de ijzeren punt van de paraplu. Als ik de bliksem was zou ik me enorm aangetrokken voelen tot die punt. In gedachte zie ik mezelf al als een smeulend hoopje op de stoep liggen.
Niets geen literaire carrière, getroffen door het noodlot.
De trein heeft vertraging.
Nou, dat begint lekker allemaal. Als het in Amsterdam ook zo pist kom ik als een verzopen kat op mijn eerste les aan.
De terugreis heeft ook zo zijn problemen. Mijn nieuw aangeschafte OV- chipkaart hapert opeens.
Ik werp een blik op de klok. Ik heb nog een paar minuten, de volgende trein gaat pas over een half uur.
Jammer dan, denk ik. Dan maar niet ingecheckt.
Pas in de trein vraag ik me af hoe ik in Hilversum het station uitkom. Zijn de ov-poortjes allemaal gesloten?
Ik whatsapp Steven. Hij weet vaak oplossingen voor de onzinnige problemen van zijn moeder.
“Ik ben aan het zwartrijden, hoe kom ik door het poortje?”
“Klimmen en hard wegrennen.”
Oh.
Ik kan er inderdaad niet uit. Ik bestudeer de poortjes. Daar ga ik echt niet overheen komen. Vanuit mijn ooghoek zie ik een meisje naderen. Als ze uitcheckt ga ik vlak achter haar lopen en glip in haar kielzog mee naar buiten.
Wat een gedoe allemaal, zal ik parttime in een studentenkamer in Amsterdam gaan wonen?
Maar, hoe was de eerste les?
Uhh… leuk. Nee, dat is een te lullig woord. Inspirerend, dat is beter.
Aardige medestudenten, met zijn elven zijn we.
En ik heb het meteen al in de eerste les geconstateerd: tien potentiële Libris prijswinnaars.
Ik niet hoor.