Lekke band

11/09/2015

band

“Je hebt een lekke band. Voel je dat niet?”
Nee, dat was me nog niet opgevallen, maar Paul heeft gelijk, mijn linkerachterband is plat en er steekt een gemene schroef in.
Als de mannen in huis de lekke band hebben gewisseld rijd ik naar een bandencentrum bij mij om de hoek.
De garagehouder werpt een blik op de schroef en zegt dan hoofdschuddend: “Niet te repareren, dat wordt een nieuwe band. Levensgevaarlijk, het risico op een klapband is te groot.”
Oh, dat ziet hij aan de buitenkant. Ik vertrouw de man niet en vertrek weer met de lekke band onder mijn arm. Nou ja, in de kofferbak.
Op naar Vianen maar, naar mijn vaste bandencentrum, waar ook mijn winterbanden zomers mogen logeren.
“Niet harder dan 80 rijden hoor,” waarschuwt de monteur over de telefoon.
Niet harder dan 80? Ik moet wel een heel stuk over de snelweg!
Voor de zekerheid neem ik voor een deel de parallelweg langs de A 27, maar bij Utrecht moet ik toch echt de snelweg op.
Niet harder dan 80. Waarom eigenlijk niet? Links en rechts dendert het verkeer me voorbij. Zal ik toch maar 100 gaan rijden? Of vliegen dan de stukken rubber om mijn oren en eindig ik ondersteboven op de vangrail?
Het thuiskomertje aan gort gereden. Het heet dan wel een thuiskomertje, maar de kans dat je ook daadwerkelijk thuiskomt is heel klein.
Dat zijn zo mijn sombere overpeinzingen als ik tussen twee vrachtwagens op de ringweg van Utrecht sukkel.
‘Solid as a rock’ staat er op de vrachtwagen voor me, nou dat geloof ik graag als ik straks geplet wordt tussen de twee vrachtwagens.
De Duitse vrachtwagen achter me gaat me toeterend inhalen.
Als hij naast me rijdt, buigt hij zich opzij en wijst even op zijn voorhoofd.
“Scheisse,” schreeuw ik, het enige Duitse scheldwoord dat ik ken.
Ik mag niet harder rijden, Schwanz, mijn auto is invalide met linksachter een zielig bandje.
Met een zucht van verlichting neem ik iets verderop de afslag en ga zo relaxt achteroverleunen dat ik de garage voorbijrijd en bijna aan de andere kant de snelweg weer opschiet.
Zoals verwacht vindt mijn vaste bandenman het niet nodig mij een nieuwe band aan te smeren en hij repareert hem binnen een half uur.
Zo blèr ik even later met 130 kilometer per uur weer terug naar Hilversum.
Probleem opgelost? Nou nee. Klapband. Sindsdien zit dat woord in mijn hoofd.