Brammetje

12/02/2016

Ik loop de trap af met mijn armen vol met zaken die op de één of andere manier op de eerste etage beland zijn, maar daar niet horen. Vanuit mijn ooghoek zie ik iets zwarts op de witte muur.
Even later loop ik de trap weer op, nu met rotzooi die ik beneden bij elkaar geraapt heb en die een etage hoger horen te liggen.
Weer valt mijn oog op de zwarte vlek.
Ik donder de kleren over de drempel van de slaapkamer en ga de vlek bestuderen. Het is geen vlek, maar een beest. Een eng beest. Zo’n beest dat als je één keer met je ogen knippert, vijf meter verderop zit.
Op veilige afstand bestudeer ik hem. Het is geen spin. Geen tor. Het is een soort van…. nou ja monster met sprieten. Ik noem hem Brammetje, omdat in ons huis nu eenmaal alle beesten een naam krijgen. Voorwerpen trouwens ook, zo heet onze theepot bijvoorbeeld al jaren Earl.
Brammetje zit doodstil. We loeren naar elkaar.
Op muggen na sla ik zelden insecten dood dus ga ik in de keuken mijn reddingsattributen pakken, een glas en een vel papier.
Op mijn hoede benader ik Brammetje. Leeft hij wel? Ja, dus. Als ik het glas over hem neergezet heb, begint hij hysterisch rondjes te rennen. Kan zijn dat hij zich een beroerte schrok van de klap, in mijn stress heb ik het glas vrij hard op de muur geplant.
Ik frommel het papier ertussen en loop met mijn hand op het glas snel de trap af en naar buiten. Het beestje is helemaal door het dolle.
Daar, bij een verre struik in mijn tuin kiep ik het glas om en ren weer naar binnen.
Zo, goeie daad gedaan. Brammetje lekker buiten spelen in het struikgewas en ik even aan tafel met de krant.
Er kriebelt iets op mijn arm. Gealarmeerd spring ik op en schud mijn mouw leeg. Ik heb het goed gevoeld, daar aan mijn vestje hangt Brammetje. Wanhopig klampt hij zich aan de boord van mijn mouw vast, ziet hij mij opeens als zijn adoptiemoeder?
Whoeaahh, ik wapper met mijn hand en maak van schrik een rare sprong. Dat had ik niet moeten doen. Ik land boven op Brammetje. Dood.