
19/03/2024
´We schrapen je slijmbeurs af,` zegt de orthopeed.
Ik zeg niets en wacht af.
´En dan klieven we je peesplaat.`
Ik gaap hem aan. Hij ziet het niet, want zijn ogen blijven op zijn computerscherm gericht.
Mijn peesplaat klieven? Ik denk aan de mannen in mijn gezin als ze met een bijl het openhaardhout hakken in de tuin.
Als ik blijf zwijgen kijkt hij me eindelijk aan.
´Je mag er even over nadenken.`
Dat ga ik zeker doen.
Als blijkt dat de operatie die hij voorstelt een hoog slagingspercentage heeft stem ik in. Zou ik dan eindelijk van die jarenlange slijmbeursontsteking in mijn heup afkomen?
Mijn operatie staat gruwelijk vroeg gepland. Ruim voor zeven uur in de ochtend zit ik met nog vier andere slachtoffers te nagelbijten in de wachtkamer.
Tijd voor een preventief plasje, want alle belangrijke gebeurtenissen moet je met een lege blaas tegemoet treden. Ik zit dus op de wc op het moment dat de verpleegster me komt halen.
´Op de wc,` had mijn man geknikt. Hoe vaak in zijn leven heeft hij dit zinnetje al gezegd?
We volgen haar naar de zaal waar ze me gaat klaarmaken voor de operatie. Echtgenoot moet weg, kleren moeten uit en het blauwe operatiehemd moet aan.
Na eindeloos tikken op mijn hand, onderarm en pols, besluit ze dat de rug van mijn hand de beste plek is voor het infuus. Ze ramt de naald in mijn hand.
´Oh wat gek, hij loopt niet,` ze trekt de naald er weer uit, ´kijk er zit bloed aan, ik zat toch echt in je ader.`
Erdoorheen zal je bedoelen. Op mijn hand verschijnt een angstaanjagende bult. Ze zit er niet mee, doet een gaasje met een strakke band eromheen en gaat op jacht naar een andere ader.
´Je heb wel heel koude handen. Weet je wat? Ik leg even een kruik op je buik, handen eromheen, in een warme hand kan ik beter prikken.`
Als ze vijf minuten later poolshoogte komt nemen en de dekens terugslaat ben ik doorweekt.
´Oh nee hè, de dop zat niet goed dicht.`
Ik bekijk mezelf verbaasd, dat heb ik helemaal niet gevoeld.
Bed uit, droge lakens, droog operatiehemd en dan weer verder met het infuus. Ze durft het niet meer aan en belt een anesthesist. Hij fronst afkeurend als hij de enorme bult op mijn hand ziet en wipt dan zonder probleem de naald in mijn pols.
Als hij weg is besluit ik dat het hoog tijd is voor het tweede preventieve plasje.
´Oh jaaaa, jij was die Annelies van de Pies,` de stem van mijn verpleegster schalt door de zaal. Vanuit mijn ooghoeken zie ik nieuwsgierige blikken van andere patiënten.
Ze koppelt het infuuslijntje los, godzijdank mag de naald blijven zitten en ik hobbel naar de wc.
Als ik weer terugkom staat ze met haar handen juichend in de lucht.
´IT GIET OAN,` brult ze.
Zou ze in plaats van de verpleegstersopleiding de kleinkunstacademie gedaan hebben?
In de operatiekamer is het ook al zo´n een dolle boel. Mijn orthopeed is jarig en het gesprek gaat over de taart.
´Gefeliciteerd,` zeg ik maar. Hij gaat zo in mij snijden, ik kan hem maar beter te vriend houden.
Een ander hoofd verschijnt ondersteboven in mijn blikveld.
`Ik ben de anesthesist.`
Ik zwaai.
´Ik ben de patiënt.`
Zo, de rolverdeling is duidelijk. It giet oan. Hij zet een plastic kapje over mijn gezicht en ik ben weg.